Zwangerschap
Eerste controle
De eerste controle vindt plaats bij 8 à 10 weken (gerekend vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie). Zodra je weet dat je zwanger bent, kunt je hiervoor een afspraak maken.
De eerste controle is een vrij uitgebreide controle (30 min.).
Het is handig als je de volgende gegevens noteert voordat je bij ons op controle komt:
- Wanneer was de eerste dag van uw laatste menstruatie?
- Heb je voor die tijd de anticonceptiepil geslikt?
Zo ja, tot wanneer heb je deze gebruikt?
- Was je doorgaans regelmatig ongesteld
- Hoe lang was je menstruatiecyclus? (Je moet tellen van 1e dag van menstruatie tot 1e dag van de volgende menstruatie. Normaal gesproken duurt een cyclus om en nabij 28 dagen).
- Wanneer heb je een zwangerschapstest gedaan?
Met behulp van deze gegevens berekenen we de zwangerschapsduur en uitgerekende datum.
Voor een goede begeleiding van je zwangerschap is het van belang dat we weten of
- er bepaalde (erfelijke) ziekten of aandoeningen in je familie of die van je partner voorkomen;
- je bepaalde aandoeningen hebt (gehad);
- of je bepaalde gewoonten hebt die risico’s voor de zwangerschap met zich meebrengen (roken, alcohol-, drugs-
en medicijngebruik).
Bij de eerste controle meten we je bloeddruk en je gewicht en is er natuurlijk ruimte voor eventuele vragen die je hebt.
We kunnen de harttonen van het kindje nog niet beluisteren, hiervoor is het te vroeg (dit wordt pas gedaan vanaf 12-13 weken).
Je krijgt aan het eind van de controle formulieren mee voor bloedonderzoek, een (termijn)echo en evt. voor de risicobepaling op het Downsyndroom.
Meer informatie over de onderzoeken die we met je doornemen tijdens de eerste controle vind je hieronder:
Bloedonderzoek
Na de eerste controle wordt er bloed afgenomen voor bloedonderzoek. Bij het bloedonderzoek wordt het bloed onderzocht op:
- bloedgroep
- rhesus-D-factor
- andere antistoffen
- hepatitis B
- lues (syfilis)
- hiv
- rubella
- hemoglobinegehalte (bloedarmoede)
Deze onderzoeken worden standaard uitgevoerd, tenzij je er bezwaar tegen hebt. De uitslag van het bloedonderzoek krijg je bij de tweede controle.
Echoscopisch onderzoek
In de zwangerschap mag je standaard 2 echo’s laten maken: de termijnecho en het 20 weken structureel onderzoek.
Tot nu toe zijn in de praktijk en uit wetenschappelijk onderzoek geen nadelige of schadelijke invloeden van een echo gebleken. Echoscopie wordt daarom als ongevaarlijk voor jou en je kind beschouwd.
Wel vinden wij dat er een medische reden moet zijn om eventueel meer echo’s (dan de 2 onderstaande) aan te vragen.
Eerste echo
De eerste echo (termijnecho) vindt plaats tussen 11 en 13 weken zwangerschap. Deze echo is bedoeld om vast te stellen hoe ver je zwanger bent.
Het is mogelijk om bij deze termijn te kiezen voor een risicobepaling. Meer informatie hierover vind je onder het kopje “Risicobepaling
op het syndroom van Down”.
Tweede echo
Bij 20 weken mag je een echo laten maken waarbij wordt beoordeeld of de organen van je kind op een normale wijze zijn aangelegd. De meeste kinderen zijn gelukkig gezond, maar helaas hebben enkele kinderen (ernstige) lichamelijke problemen. Bedenk voordat je deze echo laat maken goed of je het wilt weten indien je kind een aangeboren
afwijking heeft.
Een gunstige uitslag van de echo is géén garantie voor een gezond kind. Niet alle afwijkingen worden op een echo gezien!
Klik op 20wekenecho voor meer informatie.
NB: beide echo’s worden vergoed door uw ziektekostenverzekeraar.
Risicobepaling op het syndroom van Down
In de zwangerschap is het tegenwoordig mogelijk om een persoonlijk risico op een kind met het Downsyndroom te laten bepalen.
Een kind met het Downsyndroom heeft een chromosoom te veel (chromosoom 21). Mensen met het Downsyndroom hebben een verstandelijke handicap en in een aantal gevallen ook lichamelijke afwijkingen (bijvoorbeeld een hartafwijking).
Het risico op het krijgen van een kind met het syndroom van Down neemt toe met de leeftijd: hoe ouder
een aanstaande moeder hoe groter het risico op een kind met het Downsyndroom.
Vroeg in de zwangerschap (liefst tussen 11 en 13 weken) kan met behulp van echoscopisch onderzoek de nekplooi (dikte van de huid in de nek van de baby) worden gemeten. Bij een verdikte nekplooi stijgt de kans op het Downsyndroom.
Ook de waarden van sommige stoffen in het bloed van de moeder kunnen in verband worden gebracht met chromosomale afwijkingen bij het kind (bijvoorbeeld Downsyndroom). Deze waarden worden gemeten bij de zogenaamde 1e trimester serumscreening.
De combinatie van de nekplooimeting en de 1e trimester serumscreening geven samen informatie over de kans op het krijgen van een kind met het syndroom van Down (of andere chromosomale afwijkingen). We noemen deze test daarom een kansberekenende / risicoschattende test.
We spreken van een verhoogd risico indien de uitslag van de test een kans (op het krijgen van een kind met het Downsyndroom) aangeeft die groter dan of gelijk is aan 1:200. U komt dan in aanmerking voor verder onderzoek (vruchtwaterpunctie, vlokkentest of uitgebreidere echo).
Bij een kans kleiner dan 1:200 spreken we van een normaal risico.
De risicobepaling kun je eventueel tegelijk laten verrichten met de termijnecho.
Misschien heb je nog niet voldoende informatie om te kunnen beslissen of
je de risicobepaling op het Downsyndroom wilt laten doen. Daarom zullen wij bij de eerste controle dit onderzoek uitgebreid bespreken en
kun je daarna beslissen of je het onderzoek wel of niet wilt laten doen.
Ook op internet is meer informatie te vinden. Kijk op
screeningdownsyndroom.
NB: bent je jonger dan 36 jaar (bij 18 weken zwangerschap) dan wordt dit onderzoek in de meeste gevallen niet vergoed door uw ziektekostenverzekeraar. De kosten bedragen dan € 132,50.
Prenatale diagnostiek
Wanneer je 36 jaar of ouder bent heb je recht op prenatale diagnostiek. Wil je hier meer informatie over vraag dit dan aan je verloskundigen.
Vervolgcontroles
De eerste controle vindt plaats bij een zwangerschapsduur van 8-10 weken.
De tweede controle vindt na enkele weken plaats en duurt ongeveer 20 minuten. Bij deze controle bespreken we de uitslagen van het bloedonderzoek, de echo en eventueel de risicobepaling. (De definitieve uitgerekende datum wordt bepaald.)
We bespreken je voedingskeuze (borst- of flesvoeding) en de (voorlopige) plaats van bevallen (thuis of in het ziekenhuis).
Verder doen we de volgende (routine)onderzoeken: bloeddruk meten, wegen, groei van de baarmoeder bepalen, harttonen van het kind beluisteren. Deze onderzoeken komen in alle vervolgcontroles terug.
Indien je bij 20 weken een echo wilt laten verrichten, geven wij
je hiervoor alvast een formulier mee.
Het interval tussen de controles wordt steeds kleiner naarmate de zwangerschap vordert. Gaandeweg de zwangerschap bespreken we wat voor voeding je aan je kind wilt gaan geven en staan we uitgebreid stil bij de bevalling.Voor beide onderwerpen plannen we extra tijd in tijdens het spreekuur zodat er voldoende mogelijkheid is je vragen te beantwoorden. Vanaf 37 wkn controleren we je wekelijks.
Indien je denkt dat je meer tijd nodig hebt, geeft dit dan bij het maken van de afspraak aan. Dan kunnen wij hier rekening mee houden.
Moeders voor moeders.
Tegenwoordig krijgt één op de zes paren te maken met verminderde vruchtbaarheid.
Vruchtbaarheidsbehandeling kan voor hen de kans op zwangerschap doen toenemen. Bij dergelijke behandelingen maken artsen onder andere gebruik van medicijnen die het hCG-hormoon bevatten. Dit hormoon kan worden verkregen uit de urine van zwangere vrouwen. Vandaar dat Moeders voor Moeders steeds weer op zoek is naar zwangere vrouwen die andere vrouwen willen helpen om ook moeder te worden.
Iedereen die zwanger is kan in principe meedoen aan Moeders voor Moeders. Het is belangrijk om je zo snel mogelijk aan te melden. Alleen in de eerste vier maanden van de zwangerschap bevat de urine voldoende hCG hormoon.
Aanmelden kan vanaf het moment dat je over tijd bent en meedoen kan vanaf de zesde week.
Moeders voor Moeders: www.moedersvoormoeders.nl
Adviezen
Algemene leefregels
Als je zwanger bent kun je in
principe alles blijven doen wat je voor de zwangerschap ook
deed, zoals werk, sport, seks enzovoort. Het is belangrijk
dat je goed naar je lichaam luistert en de volgende leefregels in acht neemt:
- Probeer contact te vermijden met “gevaarlijke” stoffen zoals verf op terpentinebasis, ongediertebestrijdingsmiddelen en chemicaliën.
- Omdat het onduidelijk is of een hoge omgevingstemperatuur tijdens de zwangerschap kwaad kan, is het verstandig om de eerste 3 maanden hete baden, saunabezoek of zonnebank te vermijden. Zonnen (zonlicht/zonnebank) kan overigens ook een zwangerschapsmasker (bruine verkleuring van de gezichtshuid) veroorzaken.
- In verband met toxoplasmose (parasiet die in de uitwerpselen van jonge katten voorkomt) is het verstandig om niet zelf de kattenbak te verschonen en in de tuin met handschoenen te werken.
Buiten bovenstaande adviezen gelden alle leefadviezen zoals beschreven staan onder het kopje
"Kinderwens".
Voeding
Het is belangrijk om tijdens de zwangerschap gezond en gevarieerd te eten. Eten voor twee is niet nodig, maar ook lijnen is niet verstandig. Om voldoende vitaminen, mineralen en vezels binnen te krijgen, is het belangrijk om verse groenten en fruit te eten. Melk, kaas, eieren, vlees, kip en vis zijn belangrijk voor de calcium- en eiwitbehoefte. Halvarine, boter en margarine voorzien in de behoefte aan vitamine A en D.
Bij gezonde eetgewoonten is het niet nodig om vitaminepreparaten te slikken (behalve foliumzuur). Als
je wel een vitaminepreparaat gebruikt, zorg dan dat dit speciaal geschikt is voor zwangeren. Overige voedingsadviezen:
- Eet geen (half-)rauw vlees (dus ook geen filet americain of ossenworst)
- Was groenten en fruit goed
- Eet geen kazen die van rauwe melk zijn gemaakt (“au lait cru”)
- Bewaar rauwe producten als groenten, vlees en vis niet te lang voor bereiding
- Wees zuinig met suiker en snoep niet overmatig
- Eet geen lever en eet niet meer dan eenmaal per dag een
leverproduct
|